Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Behandelingen

Pylorushypertrofie

Pylorushypertrofie is een verdikking van de maaguitgangsspier, waardoor de doorgang van voeding van de maag naar de twaalfvingerige darm wordt belemmerd. De pylorushypertrofie presenteert zich op een leeftijd tussen de twee en acht weken, en met een piek tussen de drie en vijf weken. Het belangrijkste symptoom is projectiel niet-gallig braken na elke voeding. Er treden bloedafwijkingen op als gevolg van metabole ontregeling. Het kind blijft hongerig. Als het langer onbehandeld blijft, treedt er dehydratie (uitdroging) op en wordt het kind suf en reageert het niet meer alert.

  • Lees meer

    Epidemiologie 
    De pylorushypertrofie treedt op bij 2 tot 4 per 1.000 levendgeboren kinderen en komt vaker voor bij jongens.

    Diagnose
    De diagnose wordt gesteld op basis van typische klinische symptomen en echografisch onderzoek. Soms is contrastonderzoek nodig. Er wordt ook bloedonderzoek verricht. Dit is vooral noodzakelijk om de metabole ontregeling aan te tonen, om deze vervolgens te corrigeren.

    De behandeling
    De behandeling bestaat uit een operatie, waarbij de maaguitgangsspier wordt gekliefd. Hierdoor kan de voeding weer passeren. Deze operatie wordt bijna altijd via een laparoscopische procedure (kijkoperatie) verricht. De operatie kan pas plaatsvinden nadat de bloedwaarden zijn gecorrigeerd. Dit duurt meestal 1 tot 2 dagen. 

    Na de operatie
    Na de operatie wordt bijna direct weer begonnen met de voeding op geleide van de kliniek (“on demand”). Het kind kan in het begin nog best enkele malen braken; dat is normaal. Meestal kan het kind 1 tot 2 dagen na de operatie naar huis.

    Risico’s van de operatie 
    Het slijmvlies bij de maaguitgang kan worden beschadigd, waardoor een perforatie ontstaat. Indien dit direct tijdens de operatie wordt ontdekt, dan wordt dit direct gehecht. Dan zijn er weinig gevolgen, behalve dat de voeding langzamer wordt herstart. Indien deze perforatie pas na de operatie duidelijk wordt, dan wordt het kind erg ziek en is een tweede (spoed)operatie nodig. Gelukkig komt dit nauwelijks voor.

    Verwachtingen op de lange termijn 
    De prognose is erg goed. De kans op recidief (opnieuw optreden van de aandoening) is minimaal.

    Nuttige links

Sluit de enquête