Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Behandelingen

Diep veneuze catheter

Als een kind nood heeft aan langdurige antbioticatherapie, bijvoeding of chemotherapie kan een diep veneuze catheter worden voorgesteld. Het voordeel hiervan is dat langs deze catheter/poort pijnloos bloed kan worden afgenomen en de medicatie/voeding kan worden toegediend. Verder komen irriterende stoffen meteen in de grote bloedvaten terecht, wat irritatie van de kleine bloedvaten voorkomt. Omdat het traject getunneld onder de huid verloopt, bestaat er ook minder infectiekans dan bij andere type catheters.

  • Lees meer

    De behandeling
    De ingreep wordt via het daghospitaal onder algehele anesthesie verricht. Onder echografische geleiding wordt een bloedvat aangeprikt, waarna een catheter tot iets boven het hart wordt achtergelaten. De positie van de catheter wordt middels een röntgenfoto gecontroleerd. De catheter komt, na tunneling onder de huid, uit ter hoogte van de borstkas (bij Broviac®) of wordt onder de huid aangesloten op een aanprikpoort (Port-a-Cath).

    Voorbereiding op de operatie 
    Voor de operatie wordt een screening door de anesthesist verricht. Indien het kind al eerder diep veneuze catheters of een poortkatheter heeft gehad, kan worden geopperd om de halsbloedvaten vooraf echografisch in kaart te brengen.

    Na de operatie
    Aansluitend aan de ingreep wordt nog een controle röntgenfoto gemaakt om een klaplong (pneumothorax) uit te sluiten. 
    Als de pijn goed onder controle is en de wond mooi droog blijft, kan het kind dezelfde dag nog het ziekenhuis verlaten. Indien er een therapie staat gepland, kan de diep veneuze catheter of poortcatheter onmiddellijk worden gebruikt. De hechtdraden die bij de wond van een poortcatheter worden geplaatst, zijn zelfoplosbaar en hoeven dus niet te worden verwijderd. Tien dagen na de ingreep mag het kind weer baden en/of zwemmen.

    Risico’s van de operatie 
    In zeldzame gevallen kan bij het aanprikken van het halsbloedvat een klaplong (pneumothorax) ontstaan. In het merendeel van de gevallen verdwijnt deze spontaan, maar dient dus wel te worden opgevolgd. In zeldzame gevallen dient er een drain in de borstkas te worden geplaatst om luchtvorming te evacueren.
    Infectie van de wond of een nabloeding komen zelden voor. Locale behandeling hiervoor, middels respectievelijk ontsmetting/antibiotica of een drukverband, volstaat in de meeste van de gevallen.

    Verwachtingen op de lange termijn 
    Op lange termijn kan er een verstopping van de catheter optreden. Dit proberen we te voorkomen door de catheter regelmatig te gebruiken of tussentijds te spoelen.
    De catheter kan tevens luxeren naar een ander bloedvat bij de groei van het kind. De catheter zal dan niet meer functioneren en dient dan te worden herplaatst.
    Bij een bacteriële bloedinfectie kan de bacterie zich ook op de catheter nestelen. Omdat de catheter lichaamsvreemd materiaal is, kan het lichaam de catherer niet van de bacteriën ontdoen. De cather dient dan te worden verwijderd. Het kind krijgt een antibioticakuur, waarna er een nieuwe catheter zal worden geplaatst.

Sluit de enquête