Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Behandelingen

Mega-ureter

De ureter is de buisvormige structuur die de verbinding vormt tussen de nier en de blaas en die de urine uit de nier naar beneden stuwt, afhankelijk van de vochtinname ongeveer tweemaal per minuut. Een mega-ureter is een aangeboren (vaak fors) uitgezette of verbrede ureter, met een diameter van meer dan 7 mm.

  • Lees meer

    Een mega-ureter kan een gevolg zijn van een andere afwijking (zoals urethrakleppen, neurologische functiestoornissen van de blaas of steenvorming in de ureter) of zonder andere afwijkingen voorkomen (een vernauwing aan de overgang van ureter naar de blaas). Deze primaire vorm kan ‘refluerend’ of ‘obstructief’ zijn. Er kunnen verschillende graden worden onderscheiden, waarbij de hoogste graad wel gepaard kan gaan met een minder goede aanleg en functie (dysplasie) van de aangedane nier.

    Epidemiologie 
    Het komt 4 keer vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Het goede nieuws is dat 70 tot 80% nooit een medische interventie nodig heeft, omdat de nierfunctie er niet onder lijdt en er zich geen andere complicaties voordoen zoals steenvorming of infecties. Het kan wel vele jaren duren tot de uitzetting afneemt, of met wat geluk volledig verdwijnt. De snelste veranderingen treden doorgaans op in de eerste levensjaren.

    Diagnose
    Diagnostiek behelst naast echografieën ook een cystografie (contrastfoto’s van de blaas met inbrengen van een tijdelijke catheter) ter uitsluiting van reflux of urethrakleppen bij jongens, en herhaalde nierscans. In zeldzame gevallen kan een MRI scan (kernspintomografie) nuttig zijn om de anatomie beter in beeld te brengen.

    De behandeling
    De operatie gebeurt via een incisie in de onderbuik, min of meer vergelijkbaar met die van een keizersnede. Vervolgens wordt de blaas geopend, de ureter van daaruit opgezocht en het meest distale uiteinde en eventueel nog een stuk van de overtollige (veel te brede maar ook te lange) ureter weggenomen waarna de ureter terug op de blaas wordt ingehecht. Soms is het versmallen van de ureter als bijkomende stap noodzakelijk. Meestal wordt dan ook een tijdelijk kunststof buisje achtergelaten. De aangepaste ureter wordt vervolgens in een nieuw gecreëerd tunneltje tussen blaasspier en blaasslijmvlies gelegd, om zo op chirurgische wijze een terugslagklep mechanisme te maken. Minimaal-invasieve behandelingen met het oprekken van de junctie via een kijkoperatie en langdurig achterlaten van een buisje bestaan, maar er is relatief weinig ervaring mee. In zeldzame situaties, zoals bij moeilijk behandelbare infecties, kan het tijdelijk rechtstreeks op de huid aansluiten van een POM nodig zijn (ureterocutaneostomie).

    Voorbereiding op de operatie 
    Meestal worden preventief antibiotica voorgeschreven totdat de problematiek goed in kaart is gebracht.

    Na de operatie
    Na de ingreep is er gedurende enkele dagen een blaascatheter nodig.

    Risico’s van de operatie 
    Zoals bij elke ingreep kan ook na deze operatie een nabloeding of infectie optreden. Tevens kan er kleine lekkage van de urine of een te nauw traject optreden.

Sluit de enquête