Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Behandelingen

Duplicatiecyste

Een duplicatiecyste van het spijsverteringsstelsel is, zoals de naam het suggereert, een soort ontdubbeling in de maag-darmwand. De ontdubbeling ligt buiten het slijmvlies maar binnen de spierlaag van de maag/darm. Het presenteert zich meestal als een holte (cyste) in de maag-darmwand, maar soms ook als een buisstructuur (tubulair). Bij 25% van de patienten is er in de cyste aanwezigheid van maag/alvleesklier-slijmvlies. Door de verhoogde zuurtegraad en/of enzymen die dan worden aangemaakt, bestaat er een risico op zweervorming met bloedingen en in zeldzame gevallen kwaadaardige ontaarding op lange termijn. Mede om deze reden maar ook omdat er door de drukcomponent verminderde doorgang van de darm kan ontstaan, is het aangeraden deze letsels te opereren.

  • Lees meer

    Epidemiologie 
    Een duplicatiecyste komt voor bij 1 op de 4.500 geboortes. Het komt voornamelijk voor op het niveau van de dunne darm (45%) maar ook ter hoogte van de slokdarm (20%), de dikke darm (15%), de maag (8%), de endeldarm (6%) of de twaalfvingerige darm/alvleesklier (6%). Het exacte ontstaansmechanisme is eigenlijk nog niet gekend; waarschijnlijk treedt er een stoornis op bij het hol worden van de maag/darm. Deze aangeboren aandoening kan gepaard gaan met een aanlegstoornis van de wervelkolom, van het ruggenmerg, afwijkingen aan de geslachtsorganen en/of de urinewegen. Ook kan het gepaard gaan met een verkeerde draaiing van het maagdarmstelsel.

    Diagnose
    Op de prenatale echografie presenteert de duplicatiecyste zich meestal als een met vocht gevulde massa. Dit is soms al vanaf 16 weken zwangerschap zichtbaar. Er is vaak moeilijk een onderscheid te maken tussen een duplicatiecyste en andere cysten, bijvoorbeeld een cyste van de eierstok bij meisjes of een alvleeskliercyste.
    Na de geboorte wordt de diagnose gesteld middels een echografisch onderzoek. Het is dan vaak al makkelijker een definitieve diagnose te stellen. Als de cyste zich telkens op een andere plaatst bevindt in de buik, is het erg suggestief dat deze met de darmkronkelingen meebeweegt. Een eierstokcyste daarentegen zal zich niet verplaatsen in de buik.

    De behandeling
    Het beleid is afhankelijk van het klachtenpatroon en de grootte van de massa. Als er geen tekenen zijn van obstructie (opgezette buik, krampende pijn), zweervorming (bloed in de ontlasting) of als het een kleine cyste is met amper risico op darmomwenteling, wordt er aanvankelijk een afwachtende houding aangenomen. De baby zal regelmatig worden gezien op de polikliniek en de duplicatiecyste zal worden opgevolgd middels echografie. Door de enorme ervaring van onze kinderradiologen met deze pathologie, zijn er vaak geen andere onderzoeken nodig dan deze echografische evaluatie.
    Op de leeftijd van 9 maanden tot een jaar wordt de ingreep ingepland. Dit gebeurt via een kijkoperatie: een operatie onder algehele anesthesie waarbij, middels een kleine camera (5 mm) en speciale instrumenten van 3 mm breedte, de cyste losgepeld wordt van de darmwand. Soms is de cyste ernstig verkleefd met de darm en dient er een kort segment van de maag/darm te worden verwijderd. Als dit het geval is, kan de darm in de meeste gevallen op zichzelf aangesloten worden en hoeft er dus geen stoma te worden aangelegd. Om het letsel uit de buik/borstkas te verwijderen, dient er alsnog een insnede gemaakt te worden, maar deze wordt tot een minimum beperkt. De huid wordt dan gesloten met oplosbare hechtdraden. Het verblijf na de operatie is voornamelijk afhankelijk van het op gang komen van de maag-darmbewegingen. Vaak volgt de productie van ontlasting al snel en kan de voeding worden uitgebreid. Soms laat dit enkele dagen op zich wachten. Mochten er toch klachten van een bloeding of obstructie zijn, of mocht het een grote massa betreffen, zal er uiteraard op korte termijn een ingreep volgen. Bij hele jonge kinderen gebeurt dit, gezien de kleine buik, via een open benadering.

    Na de operatie
    Na de ingreep blijft het kind opgenomen totdat de ontlasting terug en vlot op gang is. Dit duurt in de meeste gevallen enkele dagen. Verder dient het kind koorts- en pijnvrij te zijn.

    Risico’s van de operatie 
    Vooral de eerste 2 dagen na de ingreep kan de baby trekkende pijn hebben ter hoogte van de spieren. Eventuele nabloedingen of een wondinfectie kunnen optreden. In zeldzame gevallen kan er een abces in de buik ontstaan; dit kan zo nodig echografisch geledigd worden.
    Weken in bad mag niet gedurende de eerste 10 dagen.

    Verwachtingen op de lange termijn 
    Als de cyste van de darmwand kan worden losgepeld, zijn er geen noemenswaardige lange termijnscomplicaties. Mocht er toch een stukje van de darm tijdens de operatie verwijderd moeten worden, dan bestaat er een miniem risico op lekkage van de naad dan wel een vernauwing van de naad.

Sluit de enquête