Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Behandelingen

Dubbelsysteem van de urineleiders

De aangeboren afwijking van de urinewegen met het grootste spectrum aan anatomische varianten wordt gevormd door de dubbelsystemen van de urineleiders (ureters). Duplicaties van urineleiders en ureteroceles komen ook voor. Dit maakt het ingewikkeld om de juiste anatomie te interpreteren. Bij een ontwikkeling van een dubbelsysteem zijn er in essentie tijdens de embryologische ontwikkeling aan één kant 2 ureters (urineleiders) uitgegroeid richting het latere nierweefsel. Hierdoor wordt meer nierweefsel gevormd en ontstaat er een nier die uit twee helften bestaat. Dit is eerder een luxeprobleem dan een bedreiging voor de gezondheid. Voor veel patiënten houdt het daar dan ook op: een toevallige vondst waarvan geen enkele bedreiging uitgaat.

  • Lees meer

    Soms is er echter meer aan de hand. Dit kan beperkt zijn tot wat terugstroom (reflux) van urine naar beide nierhelften. Potentieel ernstiger wordt het als een van beide nierhelften veel zwakker is dan de andere. Indien het de onderpool betreft, dan heeft dit doorgaans te maken met hooggradige reflux (terugstroom) van urine. Dit kan aanleiding geven tot herhaaldelijke urineweginfecties. Is de bóvenpool daarentegen zwakker, dan kan het te maken hebben met een urineleider die abnormaal laag in de blaas uitmondt. Bij meisjes (maar nooit bij jongens) kan dit zelfs voorbij de sluitmechanismen van de blaas zijn, waardoor het kind continu urine druppelt die uit die bovenpool komt. Dit kan in velerlei anatomische varianten voorkomen.
    Is de bovenpool heel zwak, dan is het verlies doorgaans beperkt en kan het heel wat jaren duren voor men de diagnose stelt. Er bestaat een variant met zwakke bovenpool waarbij de urineleider net voor de overgang met de blaas een zakvormige uitstulping heeft: de ureterocele. Hierdoor kan de afvloed van urine naar de blaas worden belemmerd. Indien hierin een infectie optreedt, kan die een ernstig beloop kennen. Soms kan de ureterocele zo groot zijn dat hij niet alleen veel ruimte in de blaas inneemt, maar zelfs de ureter aan de andere kant bedreigt of uitpuilt richting blaasuitgang en zo de blaaslediging bemoeilijkt. Dan zijn blaas en beide nieren bedreigd. De ureteroceles die te ver uitmonden of uitstulpen in de blaasuitgang zijn bij meisjes soms als een vaginaal uitpuilend blauw dunwandig blaasje zichtbaar. Bij deze variant is de kans aanwezig dat de anatomie van de sluitmechanismen (en dus de latere continentie) niet perfect is.

    Epidemiologie 
    Duplicaturen van de ureter komen bij ongeveer 1 op de 100 mensen voor. Ureteroceles komen voor bij 1 op de 500 personen, ongeveer vijfmaal vaker bij meisjes dan bij jongens.

    Diagnose
    De diagnostiek bestaat uit echografie, cystografie (afbeelden van de blaas na inbrengen van contrast), nierscans en vaak cystoscopie (kijkoperatie via de plasbuis) om de exacte anatomie te kennen, reflux aan te tonen en vooral ook de functie van de betrokken niergedeeltes te meten.

    De behandeling
    Op basis van het onderzoek en afhankelijk van het klinisch beloop kan het alle richtingen uitgaan. Een afwachtende houding en het kind enkel beschermen met preventieve antibiotica in lage dosis kan dan zeker een optie zijn.
    De meest extreme optie kan gaan tot wegnemen van de nierbovenpool en ureter met ureterocele, reconstructie van de blaashals en reïmplantatie van de onderpoolsureter. In een acute situatie van een zware infectie bij niet aflopende ureterocele en bovenpool kan het cystoscopisch insnijden van de ureterocele voor de nodige afvloed zorgen. Tussenliggende opties bestaan soms uit het wegnemen van een niet functionerende bovenpool of reïmplantatie van beide ureteren in de blaas indien er nog voldoende functie is van beide nierhelften. Wegnemen van een steeds infecterende en zwakke onderpool bij zware reflux is eveneens een optie voor geselecteerde patienten.

Sluit de enquête