Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Behandelingen

Niet-ingedaalde teelbal

Teelballen horen aanwezig te zijn in het scrotum (balzak). De locatie van de teelbal in de balzak is belangrijk om deze metabool erg actieve organen van de juiste temperatuur te voorzien. Indien het slechts één teelbal betreft die te hoog ligt, zal meest waarschijnlijk de vruchtbaarheid niet in gedrang komen. Liggen de beide teelballen te hoog dan zal de vruchtbaarheid wel in gedrang kunnen komen, zeker indien deze veel hoger dan normaal liggen.
Een bijzondere subgroep wordt gevormd door de teelballen die zo hoog (lijken te) liggen dat ze niet te voelen zijn tijdens het lichamelijk onderzoek (bij ongeveer 20%). Met wat geluk zijn ze wel voelbaar als het kind - onder narcose - volledig ontspannen is. Het kan voorkomen dat er een vermoeden is dat het kind misschien maar één teelbal heeft. Hieraan wordt met name gedacht indien de juist gepositioneerde testis groter dan gemiddeld is. Dit kan het gevolg zijn van een draaiing (torsie) van de zaadstreng voor of rond de geboorte, waarna de getroffen teelbal afsterft. Aangezien er echter geen 100% betrouwbare beeldvormende techniek bestaat om dit vermoeden aan te tonen, dient toch te worden geopereerd, om de teelbal te onderzoeken.

  • Lees meer

    Bij veel patiënten blijkt het niet te gaan om een niet-scrotale testis, maar om een retractiele testis. Het onderscheid is belangrijk, want een retractiele testis hoeft niet te worden geopereerd. Retractiliteit berust op een normale (maar misschien wat meer uitgesproken) reflex, waarbij aanraking of kou de spiervezels van de zaadstreng doen samentrekken waardoor de testis omhoog gaat. Dit lijkt geen risico te vormen voor de latere fertiliteit en verdwijnt doorgaans voor of tijdens de puberteit. Bij twijfel wordt een controle na een jaar voorgesteld.

    Epidemiologie 
    Bij te vroeg geboren jongetjes wordt veel vaker dan de gemiddelde 1 tot 2 % op de leeftijd van 1 jaar, te hoog gelegen teelballen geconstateerd. Dit kan, door het tijd te geven, nog spontaan herstellen. Dit geldt ook voor jongetjes die gewoon op 40 weken worden geboren. Daarom wordt doorgaans tot de leeftijd van zes maanden gewacht, alvorens een definitieve diagnose wordt gesteld.

    De behandeling
    Na 18 maanden kunnen bij te hoog gelegen teelballen microscopische afwijkingen worden gezien die gevolgen kunnen hebben voor de latere vruchtbaarheid. Een orchidopexie (het chirurgisch naar omlaag brengen van de teelbal) wordt daarom geadviseerd bij de leeftijd tussen 6 tot 18 maanden. Het spreekt voor zich dat bij de hoogst gelegen teelballen, en zeker indien het om beide teelballen gaat, nog eerder opereren de voorkeur heeft. Een bijkomend argument voor operatief ingrijpen is het feit dat men bij vroegtijdige correctie van de positie, het risico om later teelbalkanker te ontwikkelen duidelijk vermindert (een verhoging met factor 5 wordt zodoende een factor 2).

    De operatie gebeurt tijdens een dagopname, onder narcose in combinatie met een lokale verdoving. De traditionele techniek bestaat uit een sneetje in de lies om de teelbal op te zoeken en los te maken, waarbij al het bindweefsel en spiervezeltjes van de overige zaadstrengelementen (zaadleider en bloedvaten) wordt afgehaald. Tijdens de ingreep wordt vaak een opengebleven lieskanaal gevonden; dit wordt dan meteen gesloten. Daarna volgt een tweede sneetje in het scrotum om de testis daarheen te brengen. Bij de overgrote meerderheid van de patiënten is het echter mogelijk om via slechts één wondje in de balzak alle hiervoor genoemde stappen van de operatie uit te voeren en zodoende het kind een litteken in de lies te besparen.

    Als er helemaal geen teelbal te voelen is, is er wel een reële kans dat er moet worden overgeschakeld naar een laparoscopische operatie (kijkoperatie) waarbij de buikholte wordt afgespeurd op zoek naar een teelbal. Soms is hiermee de diagnose volledig duidelijk, maar in andere gevallen worden extra instrumenten in de buik gebracht om een extreem hoog gelegen teelbal naar beneden te brengen (of te verwijderen bij sterk afwijkende anatomie).

    Na de operatie
    De nazorgen bestaan uit relatieve rust, lichte pijnstilling en droge wondzorgen. De hechtingen verdwijnen vanzelf. Het resultaat wordt na 3 tot 4 maanden beoordeeld op de polikliniek.

Sluit de enquête