Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Behandelingen

Duodenumatresie

Bij een duodenumatresie is het eerste deel van de dunne darm, direct na de maag (het duodenum) afgesloten (de atresie). Normaliter bevindt zich hier een normaal gevormde buisvormige structuur. Bij een duodenumatresie passeert er geen voedsel meer naar de rest van de dunne darm, maar blijft het dus achter in de maag en de dunne darm vóór de afsluiting.

  • Lees meer

    Epidemiologie 
    Een duodenumatresie komt bij 1 à 2 op 1.000 levendgeborenen voor. Zo'n 20 tot 30% van de kinderen heeft het syndroom van Down (trisomie 21). De oorzaak is niet bekend.

    Diagnose
    Een duodenumatresie wordt doorgaans al ontdekt tijdens de zwangerschap. De prenatale echo laat dan een uitzetting van de maag en het stukje van de dunne darm vóór de afsluiting zien, in medische termen de ‘double bubble’ (twee bellen) genaamd. Het beeld lijkt sterk op een pancreas annulare en is vaak ook niet hiervan te onderscheiden.
    Bij ontdekking tijdens de zwangerschap, zal de gynaecoloog/obstetricus een gezamenlijke afspraak inplannen voor de ouder(s) met de kinderchirurg. In dit gesprek wordt al uitgelegd wat ouder en kind kunnen verwachten na de geboorte en eventuele vragen hieromtrent zullen worden besproken.

    Bij een deel van de baby’s wordt de duodenumatresie pas ontdekt na de geboorte. Vaak zien we dat kinderen kort na het starten van de voeding beginnen te braken. Dan kan een röntgenfoto of een echo van de buik worden gemaakt; de ‘double bubble’ wordt dan weer gezien. 

    De behandeling
    De enige behandeling van een duodenumatresie is middels een operatie. Hierbij wordt de normale doorgang hersteld door het openen van het afgesloten darmdeel en deze aan te sluiten op de plek waar de dunne darm zijn weg verder vervolgt. Zo wordt de normale doorstroom van voedsel weer mogelijk gemaakt. De operatie wordt verricht door de kinderchirurgen van het MUMC+.

    Opvang na de geboorte
    Indien al vóór de geboorte bekend is dat het kind een duodenumatresie heeft, zal de bevalling plaatsvinden in het MUMC+. Wordt de diagnose pas na de geboorte geconstateerd, dan zal een overplaatsing naar het MUMC+ worden verzorgd.
    Na de geboorte wordt het kind opgevangen op de neonatale intensive care unit (NICU). Er wordt een slangetje via de neus in de maag gebracht om lucht en overtollige maagsappen op te vangen. Daarnaast krijgt het kind een infuus, waardoor tevens voeding gegeven kan worden. Er zal tenminste een röntgenfoto van de buik worden gemaakt om de diagnose van een duodenumatresie te bevestigen. Aanvullend kunnen nog een echo van het hart, de nieren en rest van de buik worden gemaakt.

    Voorbereiding op de operatie 
    De kinderchirurg bespreekt de operatie en het postoperatieve beloop met de ouder(s); er is gelegenheid om samen eventuele vragen te bespreken. De kinderanesthesist legt de details over de narcose uit. De operatie wordt bij voorkeur op de eerste of tweede dag na de geboorte uitgevoerd.

    Na de operatie
    Het kind wordt van de operatiezaal teruggebracht naar de NICU. Soms wordt ervoor gekozen het kind nog korte tijd aan de beademing te houden (dus met een buisje in de keel). Het kind wordt nog intensief gemonitord, en zal daarom met allerlei kabels zijn verbonden. Tevens wordt gezorgd voor goede pijnstilling.
    De dag na de operatie wordt gestart met de voeding, middels een slangetje dat via de neus in de maag zit. Omdat de darmen van het kind tijdens de zwangerschap door de afsluiting zich minder goed hebben kunnen ontwikkelen, zullen ze niet meteen de benodigde hoeveelheid voeding verdragen. Daarom kan het enkele weken duren voordat de voeding volledig via de darmen kan worden gegeven. Intussen zal de noodzakelijke hoeveelheid voedingsmiddelen via het infuus worden gegeven (totale parenterale voeding: TPV). In het begin wordt de voeding gegeven via het slangetje. Bij baby’s ouder dan 36 weken na conceptie zal ook voorzichtig worden gestart met voeding via de mond, zodat ook de voeding via het slangetje geleidelijk kan worden afgebouwd.

    Risico’s van de operatie 
    Na de operatie kunnen er complicaties optreden. Hoewel de kans hierop zeer klein is, kunnen er bloedingen optreden. Ook is het mogelijk dat de darmeinden die aan elkaar zijn gehecht, niet goed genezen. Er ontstaat dan een lekkage. Er zal dan met antibioticum worden gestart en mogelijk moet een tweede operatie worden verricht.

    Verwachtingen op de lange termijn 
    Na het herstel van de duodenumatresie kan het kind zonder bijkomende problemen opgroeien. Bij sommige kinderen worden echter nog aanvullende afwijkingen gevonden. Afhankelijk van de ernst van de afwijkingen zal het herstel en de ontwikkeling kunnen worden beïnvloed.

Sluit de enquête